Sparen en Aanwenden

 

Retour

 

FinanciŽle doelstellingen gaan niet zozeer over geld, 

maar over het (toekomstige) vermogen om goederen en diensten te kunnen financieren.

 

 

 

Een steeds meer voorkomende behoefte van ouderen is om hun - inmiddels te grote koopwoning - te verkopen om van de opbrengst de lasten van een (kleinere) huurwoning te kunnen betalen en het restant aan te wenden als aanvulling op het inkomen.

 

Zo kan ook de vraag worden gesteld hoelang er inkomen uit gevormd vermogen kan worden gegenereerd. Voor de adviseur die, samen met zijn cliŽnt,  een op de toekomst gericht financieel advies moet uitbrengen, is het van belang om te weten welk "doelkapitaal" noodzakelijk is om een belegging- spaarplan op te maken waar de cliŽnt zich in kan vinden.

 

Daarvoor is het programma " Aanwenden.exe "  ontwikkeld.

Ook hier geldt weer, dat er rekening zal moeten worden gehouden met toekomstige ontwikkelingen in welvaart en/ of koopkracht van nominaal geld.

 

Hiernaast een praktijkvoorbeeld.

Een echtpaar waarbij de man en de vrouw de hebben van 65 jaar wensen hun woning te verkopen en weten dat die woning netto. Ä  250.000 zal opbrengen. 

Daar staat tegenover, dat de gewenste huurwoning  Ä 12.000 per jaar aan huur en overige kosten zal gaan kosten. 

De eerst voor de hand liggende vraag is: hoelang kunnen wij in de huurwoning blijven wonen voordat het kapitaal op is.

 

Uitwerking:

Prognose jaarlijkse stijging van de huurkosten: 3%:

Prognose rendement op een spaarrekening      4%


Na  2033 is er onvoldoende kapitaal over om de huur te bekostigen.

Het echtpaar is dan inmiddels 23 jaar ouder dus 88 jaar oud.

Een gezegende leeftijd, die 37% van de vrouwen en 19% van de 65 jarigen bereiken.*)

De kans dat beiden na 23 jaar nog samen in leven zijn is  7%

 

De adviseur zal samen met het echtpaar vragen moeten beantwoorden zoals: 

kan van het verkregen kapitaal eerst nog een wereldreis gemaakt kunnen worden?

Het antwoord kan alleen gegeven worden aan de hand van overige individuele persoonlijke gegevens. Zoals ondermeer:

Huidig en toekomstig inkomenssituatie. Inschatting of er boven een overeengekomen leeftijd nog steeds dezelfde consumptiebehoefte wordt verwacht, en hoe de clientŤle zelf hun levensverwachting inschatten. 

 

Een advies is dus geen kwestie van knoppen exercitie, maar vooral van gezond verstand, inleving en betrokkenheid tot de cliŽnt: maar wel ondersteund door feiten.

 

 

 

 

 Uitwerking in platte tekst.

 De uitwerking in pdf-format is aanzienlijk  

  fraaier. 

 

Jaar|Kapitaal| Rente| Stand |Opname |
2010|  250000| 10000| 260000|  12000|
2011|  248000|  9920| 257920|  12360|
2012|  245560|  9822| 255382|  12731|
2013|  242652|  9706| 252358|  13113|
2014|  239245|  9570| 248815|  13506|
2015|  235309|  9412| 244721|  13911|
2016|  230810|  9232| 240042|  14329|
2017|  225713|  9029| 234742|  14758|
2018|  219983|  8799| 228783|  15201|
2019|  213582|  8543| 222125|  15657|
2020|  206468|  8259| 214726|  16127|
2021|  198599|  7944| 206543|  16611|
2022|  189932|  7597| 197530|  17109|
2023|  180421|  7217| 187637|  17622|
2024|  170015|  6801| 176816|  18151|
2025|  158665|  6347| 165011|  18696|
2026|  146316|  5853| 152168|  19256|
2027|  132912|  5316| 138228|  19834|
2028|  118394|  4736| 123130|  20429|
2029|  102701|  4108| 106809|  21042|
2030|   85766|  3431|  89197|  21673|
2031|   67524|  2701|  70225|  22324|
2032|   47901|  1916|  49817|  22993|
2033|   26824|  1073|  27897|  23683|
2034|    4214|   169|   4383|   4383|


Gebruikte variabelen.

Berekeningsjaar: 2010
Basis jaarlijkse opname 12.000
Aanvangskapitaal 250.000

Begin opnamen: 2010
Opgebouwd vermogen 250.000
Hoogte eerste opname 12.000
Rendement op kapitaal 4,00%
Koopkracht inflatie 3,00%

Realistisch prognoses doorberekenen

 

welvaartvast sparen/beleggen.

waarde ontwikkeling kapitaalgoederen

benodigd inkomen berekenen  als de uitgaven niet meer uitsluitend uit arbeid kunnen worden gefinancierd.  (Pensionering, vervroegd uittreden)

met deze module, kan een  financieel plan worden getoetst aan haalbaarheid en kunnen voorstellen worden gedaan om de financiŽle doelstellingen te realiseren. 

  

 

Ook al houden we rekening met inflatie:
Het welvaartsniveau bij economische groei wordt zodoende nog steeds niet bereikt. 

Immers: inkomsten ontwikkelingen gaan doorgaans de inflatie te boven. Het geld kan in de toekomst ook aan andere nieuwere producten en
diensten worden uitgegeven.
Belangrijk is, dat de cliŽnt er zich van bewust is, dat

40 jaar geleden het modaal inkomen op +/-   Ä  5100 per jaar stond
Anno 2009 was het modaal jaar inkomen    Ä 31.000 

Dat betekent een jaarlijkse salaris verhoging van 4,5% s.i.
De inflatie was gedurende de laatste 10 jaar +/-  2,5% s.i. per jaar.
Zowel inflatie als economische groei zijn echter niet voorspelbaar. 

Er zal dus een realistische schatting moeten worden gemaakt.

Een (verzekerings) contract aangaan dat over zo'n 40 jaar voor inkomen zal moeten zorgen, en waarbij een gelijkblijvende premie jaarlijks verschuldigd is, zal bij voorbaat teleurstellende opbrengst opleveren.

dit ligt anders als met het opgebouwde kapitaal een nominaal gelijkblijvende schuld moet worden afgelost - de schuld is immers ook nominaal gebleven! 

 

Als we bij de kapitaalvorming een vorm van welvaartvastheid moet worden behouden, dienen we dan ook rekening te houden met de verwachte welvaartsgroei.

Inkomensgroei uit arbeid lijkt ons een redelijke graadmeter om welvaartvastheid te benaderen.

 

Een eigen woning (vermogensbezit) rendeert en is doorgaans inflatie bestendig. Als opbrengsten kunnen de dan niet meer (of in ieder geval de lagere) verschuldigde woonlasten worden beschouwd.

 

zie ook:  inflatie                   

 

Uiteraard kan een 85 jarige een ander behoeftepatroon hebben dan iemand van 

65 jaar. Een 35 jarige verwacht wellicht 100 te worden, terwijl een 65 jarige dat allang opgegeven heeft. Een vitale 65 jarige maakt andere toekomstplannen, dan een fysiek wat minder bedeelde 55 jarige.
Een advies heeft daarom nooit eeuwigheidswaarde.
Een persoonlijk financieel adviseur zal de feitelijke markt ontwikkelingen volgen en zijn cliŽnt op de hoogte houden van die ontwikkelingen die voor de cliŽnt van belang kunnen zijn.
Adviezen aan individuele clientŤle zal geen eenvoudige opgave voor de adviseur zijn. Een oude economisch wet stelt immers dat de mens meer waarde hecht aan zijn huidige behoefte bevrediging dan aan toekomstige wensen.
Actuarieel waarderen, toegepast op ťťn persoon is onzinnig, hoe interessant het ook lijkt om het uit te brengen rapport een wetenschappelijk tintje te geven.
Op het moment dat kapitaal inkomen voor de gewenste uitgaven zal moeten gaan zorgen, zullen opnieuw - door de cliŽnt - keuzes moeten worden gemaakt.  

 

Uitgangspunten van het programma: Vermogensvorming.

 

Gedurende de opbouwperiode de spaar/beleggingsbedragen laten meegroeien met het welvaartspeil.

Per vermogensbestanddeel de groeiprognose doorberekenen, zo ook eventuele baten en lasten. Dat laatste om een indicatie te berekenen in hoeverre deze baten en lasten in de toekomst van inkomen zullen belasten. 

Omdat direct opneembare tegoeden doorgaans minder rendement effectueren dan langlopende spaar- resp. beleggingssaldi, zijn gedurende de opbouwperiode meerdere rendementsperiodes (4) in te voeren.

Gedurende de uitkeringsperiode kan als variabelen worden ingevoerd de het te verwachten rendement als gewenste klimming na ingang.

 

 

    

  Invloed van inflatie en welvaartsgroei op koopkracht

Terug

  •  

  • FinanciŽle doelstellingen gaan niet zozeer over geld, maar over het (toekomstige) vermogen om goederen en diensten te kunnen financieren.

  • Het sparen om huidige inkomsten ook in de toekomst uit vermogen te kunnen genereren zal leiden tot teleurstelling omdat over twintig jaar de huidige inkomsten bij lange na niet dezelfde consumptie-uitgaven kunnen verwezenlijken.

  • De financiŽle planner dient dus rekening te houden met  inflatie. Anders levert hij broddelwerk.

  •     

     

     

    Met de modules  "Inventarisatie huidige vermogenspositie"  en "sparen/beleggen" krijgt de financiŽle planner essentiŽle rekentools tot zijn beschikking.

     

    Grafiek effect koopkracht inflatie

    Willen we over 20 jaar nog steeds een koopkracht van Ä 10.000 hebben, dan zal op dat tijdstip een bedrag aanwezig moeten zijn een bedrag groot:

    1% inflatie:  Ä 12.202

    2% inflatie:  Ä 14.859

    3% inflatie:  Ä 18.061

    en omgekeerd, grafiek koopkracht verlaging door inflatie.

    als we over 20 jaar de beschikking hebben over Ä 10.000 , dan zal op dat tijdstip dat  bedrag een koopkracht vertegenwoordigen van:

    1% inflatie:  Ä   8.195

    2% inflatie:  Ä   6.730

    3% inflatie:  Ä   5.537

     

    Welvaartsniveau

     

    Maar, ook al houden we rekening met inflatie:

    Het welvaartsniveau bij economische groei wordt zodoende nog steeds niet bereikt.

    Immers: inkomsten ontwikkelingen gaan doorgaans de inflatie te boven.

    Diegenen die in 2009 op 65 jarige leeftijd met pensioen gingen, en een doorgebrachte

    diensttijd van 40 jaar hadden bereikt, werden in 1969 in de pensioenregeling opgenomen.

    Het modale inkomen in 1969 bedroeg Ī Ä 5.500

    Het modale inkomen in 2009 bedroeg Ī Ä 31.000

    Dit betekent een gemiddelde salarisverhoging van Ī 4,5% per jaar (s.i.)

    De inflatie gedurende de afgelopen 10 jaar was zo'n Ī 2,5% per jaar (s.i.)

    Zou de salarisverhogingen met slechts het inflatiepercentage zijn aangegroeid dan zou de koopkracht zijn gelijk gebleven, maar er zou geen groei in welvaart zijn geweest. Immers het inkomen in 2009 zou dan tot slechts Ä 14.768 zijn aangegroeid.

    Welvaart, zoals het bezit van een auto, vakanties, computer etc, zou dan niet tot de financiŽle mogelijkheden behoren.